cinebelV1User2970
- Lid sinds 13/07/2011
- Aantal recensies : 6
gepubliceerd op 27 januari 2000
'The Straight Story' is daadwerkelijk een verademing tussen de niet geringe dosis Amerikaanse hersenloze i crap /i die we elke week te verteren krijgen. Eindelijk nog eens een pretentieloze film waarin ook de symboliek belangrijk is. De regisseur trakteert ons hier op een roadmovie pur sang, wat ook de tweeledige betekenis van de titel blootlegt: een strikt rechtlijnige verhaalstructuur enerzijds, zo i straight /i als maar zijn kan; anderzijds is dit ook het verhaal van i Alvin Straight /i . Narratief gezien lijkt deze filmparel absoluut niet op de meeste andere hersenspinsels van regisseur David Lynch, ongetwijfeld een van de meest inventieve regisseurs uit Amerika. Geen flashbacks of parallelmontage, maar een verhaal dat rigide binnen welbepaalde lijnen blijft. Indien toch moet worden vergeleken, dan nog het beste met de epische filmvertaling van 'The Elephant Man', maar ongetwijfeld niet met zijn vorige film 'Lost Highway', boordevol hallucinaties en waarin schizofrenie hoogtij viert. Met 'The Straight Story' bewijst Lynch dat hij evengoed overweg kan met een emotioneel scenario en zich niet louter moet beperken tot bizarre films, bevolkt door freaks en ander gespuis. Dit wijst alweer op een tegenstelling met Lynch' vorig werk. Ofschoon meeste personages in films als 'Lost Highway' zonderlingen zijn, lopen er in 'The Straight Story' enkel gewone, brave mensen rond. Net een wereld zonder kwaad. Al spreekt uit elk beeld de typische stijl van Lynch, zodat geen tafereel echt gewoon lijkt. Lynch heeft het zelf reeds onsterfelijk verwoord: 'Tenderness can be just as abstract as insanity.' De grasmaaier waarop Alvin rijdt is, om dit maar even mee te geven, een legendarische John Deere uit 1966. Een model waar grasmaaierfetisjisten op kicken. Alvin legt een 500-tal km af rijdend aan een snelheid van 7 à 8 km per uur. Het duurt lang. Zes weken om precies te zijn, aleer hij zijn doel bereikt. Je leeft als toeschouwer mee met Alvin en krijgt ook werkelijk het gevoel dat je zijn volledige queeste meebeleefd. En hoewel de film twee uur duurt, is het geheel filmisch erg intens weergegeven. Deze merkwaardige queeste valt misschien op te vatten als een soort bedevaart die Alvin moet afleggen als boetedoening voor de ruzie tussen hem en zijn broer. Een ruzie waarvan we nooit de echte reden te weten komen, hetgeen suggereert dat het over een betekenisloos meningsverschil gaat. In de magistrale scène waarin Alvin zijn broer weer ontmoet wordt zo goed als niks gezegd, maar de emotie is opmerkelijk voelbaar. Een basisthema in de film is ouderdom. Er wordt getoond wat het betekent om oud te worden en - al klinkt het cru - langzaamaan af te takelen. Overduidelijk is dit aanwezig in scènes als waarin Alvin op doktersbezoek moet en wanneer hij jonge mensen ontmoet die hem vragen hoe het is om oud te worden. Niet enkel Alvin lichaam is verouderd, ook zijn geest houdt nog vast aan een principiële moraal. Zo ontmoet hij op weg een jong meisje dat van huis is weggelopen omdat ze zwanger is geraakt. Alvin vertelt de metafoor over hoe één tak makkelijk te breken valt, maar als bundel samengebonden gaat het al heel wat moeilijker. Die bundel is familie, zegt Alvin De volgende morgen is het meisje verdwenen en heeft een bundeltje takken achtergelaten. Dit lijkt een moraliseerd stukje cinema te zijn, toch past het perfect in de entiteit van het verhaal en hebben de beelden genoeg draagkracht om dit te laten overkomen als een sympathieke levensles. Het is een fantastisch acteur die Alvin speelt. Richard Farnsworth heeft nooit een echte acteursopleiding genoten, en beschouwt derhalve zichzelf niet als een echte acteur. Volkomen ten onrechte, want zelden werden emoties zo sterk gebracht, terwijl steeds ver uit de buurt wordt gebleven van het goedkope sentiment. De leverancier van de - weerom geweldige - soundtrack is bij Lynch ook nu weer Angelo Badalamenti, die, in tegenstelling tot de mechanische thrillergeluiden bij Lynch' vorige films, hier een meer emotionele score verzorgt. De soundtrack op zich is zeer de moeite maar de manier waarop Lynch deze versmelt in zijn cinematografische pracht is bijwijlen fascinerend. De country-achtig melodie waarop Alvin zijn grasmaaier berijdt laat niemand onberoerd. Net als de rest van de film, overigens.
Een misbruik melden
gepubliceerd op 27 januari 2000
Het was een tweetal jaar heel stil rond de Oostenrijkse eik Arnold Schwarzenegger, maar wie 'End Of Days' heeft gezien, weet het: i Arnie /i is i definitely back /i . Hetgeen zeker niet wil zeggen dat 'End Of Days' een goeie film is, integendeel. De plot is belachelijk simpel, doch helaas ook simpelweg belachelijk. Men neme het getal van de duivel, dat niet 666 is, maar wel 999 (cijfers verschijnen in visioenen ook wel eens ondersteboven, zo leert ons deze film); en men voege een 1 toe. En welk jaar was het ook al weer? Juist, ja. Regisseur Peter Hyams was ons nog wat verschuldigd na de miskleun 'The Relic', al heeft hij zijn credibiliteit met deze film nog verder de put in geduwd. Het zij zo. Eigenlijk moet je de film niet eens gezien hebben om te weten wat de minpunten ervan zijn. Arnold acteert weerom ongewoon slecht -- zoals reeds gezegd, i he's definitely back /i --; er valt nu en dan wat te lachen met de obligate, komische oneliners (en ook wel met Arnies uitspreek van het Engels); Gabriel Byrne is een uitstekend en charismatisch duivelfiguur; de actie is erg onnozel; de film mist de satanische sfeer à la 'The Devil's Advocate'. Kortom: te mijden.
gepubliceerd op 27 januari 2000
Na 'Speed' zag het er allemaal veelbelovend uit voor voormalig cameraman Jan De Bont, maar hij was zijn krediet vrij snel kwijt na het maken van miskleunen als 'Twister' en 'Speed 2'. Blijkbaar heeft De Bont zijn lesje nog steeds niet geleerd en vond het nodig een horrorklassieker als 'The Haunting' te verknoeien in een remake die spannend, noch geïnspireerd is. Een pijnlijke zaak.
gepubliceerd op 27 januari 2000
Deze meeste recente aanvulling in het serialkiller-genre is een ondermaatste thriller die geenszins de vergelijking kan doorstaan met schoolvoorbeelden 'The Silence Of The Lambs' en 'Seven'. De premisse is al erg ongeloofwaardig gebracht en het verhaal bevat zoveel onlogische elementen dat het niet mooi meer is. Denzel Washington levert, beperkt door de handicap van zijn personage, een niet onaardige acteerprestatie. Wat niet kan worden gezegd van mede-protagonist Angeline Jolie, die er de hele film maar wat versuft bijloopt. Het verloop van de film is over de gehele lijn clichématig, met een wel erg flauwe ontknoping. Slechte punten dus voor regisseur Phillip Noyce, die reeds met 'Patriot Games' en 'Dead Calm' bewees dat hij tot beter werk in staat is.
gepubliceerd op 27 januari 2000
i What a load of crap! /i Zo verfrissend de vroegere, of beter: latere, 'Star Wars'-episodes waren, zo saai en idioot is deze ondermaatse prequel. Oké, de speciale effecten en artificiële decors waren pareltjes, maar de acteurs en plot abominabel. De acteurs valt in principe niet zoveel te verwijten; probeer maar eens deftig te acteren voor een bluescreen, zonder tastbare tegenspelers. En daar waar we in de andere delen van de legendarische saga nog geïnteresseerd de queeste van i our man /i Luke Skywalker zaten te volgen, was hetgeen er in 'The Phantom Menace' gebeurde al even interssant als het observeren van een zeepbel. Enig lichtpunt was de slechterik van dienst, Darth Maul, maar die werd dan weer veel te weinig speelruimte gegeven. Alle andere personage waren een complete ramp, met in het bijzonder de neurotische grapjas van dienst, Jar-Jar Binks, die moet zorgen voor de komische noot maar al snel danig op de zenuwen gaat werken. Nog een laatste opmerking: er werd veel te veel gepraat. Op sommige momenten leek het zowaar een aflevering van i god help us /i 'Star Trek'. Laat die andere prequels maar in de ijskast liggen, jongens.