Nieuws
Cyclus 'Eric Rohmer' in de CINEMATEK!
Gepubliceerd op 19 juli 2010 in Recent nieuws
Verbaal regisseur Eric Rohmer
beheerste als geen ander de taal van de liefde en de verliefden. Hij
overleed op 11 januari 2010 en laat een uniek en coherent oeuvre na. CINEMATEK
brengt uitvoerig hulde aan deze invloedrijke cineast, geestelijke vader
van enkele van de meest geslaagde films uit het Franse filmerfgoed.
Eric Rohmer (echte naam Maurice Shérer) zet zijn eerste stappen in de literatuur met de publicatie van een roman, Elisabeth, onder het pseudoniem Gilbert Cordier. Hij verenigt zijn schrijverstalent met zijn liefde voor de film en al gauw verschijnen zijn eerste recensies in het filmtijdschrift dat hij zelf oprichtte, La gazette du cinéma. Hij ondertekent zijn artikels met Eric Rohmer om zijn activiteiten verborgen te houden voor zijn ouders. Nadien sluit hij zich aan bij Les Cahiers du Cinéma, waar hij de hoofdredactie op zich neemt van 1957 tot 1963. Hij ontmoet er andere jonge Turken als Godard, Truffaut, Chabrol en Rivette, en volgt al snel hun voorbeeld door eveneens achter de camera plaats te nemen. In 1959 regisseert hij zijn eerste langspeler, Le signe du lion, die enkele jaren later zonder veel bijval in de zalen draait. In tegenstelling tot het turbulente genie van een Godard, of het explosieve van een Truffaut, houdt Rohmer meer van het uitgepuurde, het sobere en het geraffineerde, wat misschien ten dele het matige commerciële succes van zijn films kan verklaren.
In hetzelfde jaar start hij een cyclus van zes langspelers, de zogenaamde Contes moraux, die het hele gamma van verliefde gevoelens in beeld wil brengen: La boulangère de Monceau, La carrière de Suzanne, La collectionneuse, Le genou de Claire, Ma nuit chez Maud, L’amour l’après-midi. Stuk voor stuk kronieken die de botsing tussen moraal en vrijheid of rede en gevoel, telkens in een andere context willen tonen, en dat met een zekere evolutie van film tot film. “Al mijn films draaien rond het probleem van de keuze, een groot probleem, maar overgeheveld naar het domein van de komedie.”, legt Rohmer uit, en weerlegt zo meteen het beperkte beeld dat veel kortzichtige critici over zijn films willen ophangen, als zouden het kleinburgerlijke babbelfilms zijn.
De laatste jaren koos Eric Rohmer resoluut voor een andere koers, en maakte enkele historische kostuumfilms waarvoor hij de meest geavanceerde technologie gebruikte. Twee films springen er uit: L’anglaise et le duc (2001), met een geheel nieuwe kijk op de bloeddorst van de Franse revolutie en Triple agent (2004), een spionagefilm die ons een onverbloemd beeld geeft van de duistere jaren van het Front Populaire en de Spaanse burgeroorlog.
Zijn laatste langspeler, Les amours d’Astrée et Céladon, is een romantische pastorale, gebaseerd op de teksten van Honoré D’Urfé, over het amoureuze leven van de Galliërs in de 5de eeuw, waarmee Rohmer voor eens en altijd zijn voorliefde voor een literaire cinema bevestigde.
Voor het volledige programma van de cyclus 'Eric Rohmer' klikt u hier.
Eric Rohmer (echte naam Maurice Shérer) zet zijn eerste stappen in de literatuur met de publicatie van een roman, Elisabeth, onder het pseudoniem Gilbert Cordier. Hij verenigt zijn schrijverstalent met zijn liefde voor de film en al gauw verschijnen zijn eerste recensies in het filmtijdschrift dat hij zelf oprichtte, La gazette du cinéma. Hij ondertekent zijn artikels met Eric Rohmer om zijn activiteiten verborgen te houden voor zijn ouders. Nadien sluit hij zich aan bij Les Cahiers du Cinéma, waar hij de hoofdredactie op zich neemt van 1957 tot 1963. Hij ontmoet er andere jonge Turken als Godard, Truffaut, Chabrol en Rivette, en volgt al snel hun voorbeeld door eveneens achter de camera plaats te nemen. In 1959 regisseert hij zijn eerste langspeler, Le signe du lion, die enkele jaren later zonder veel bijval in de zalen draait. In tegenstelling tot het turbulente genie van een Godard, of het explosieve van een Truffaut, houdt Rohmer meer van het uitgepuurde, het sobere en het geraffineerde, wat misschien ten dele het matige commerciële succes van zijn films kan verklaren.
In hetzelfde jaar start hij een cyclus van zes langspelers, de zogenaamde Contes moraux, die het hele gamma van verliefde gevoelens in beeld wil brengen: La boulangère de Monceau, La carrière de Suzanne, La collectionneuse, Le genou de Claire, Ma nuit chez Maud, L’amour l’après-midi. Stuk voor stuk kronieken die de botsing tussen moraal en vrijheid of rede en gevoel, telkens in een andere context willen tonen, en dat met een zekere evolutie van film tot film. “Al mijn films draaien rond het probleem van de keuze, een groot probleem, maar overgeheveld naar het domein van de komedie.”, legt Rohmer uit, en weerlegt zo meteen het beperkte beeld dat veel kortzichtige critici over zijn films willen ophangen, als zouden het kleinburgerlijke babbelfilms zijn.
De laatste jaren koos Eric Rohmer resoluut voor een andere koers, en maakte enkele historische kostuumfilms waarvoor hij de meest geavanceerde technologie gebruikte. Twee films springen er uit: L’anglaise et le duc (2001), met een geheel nieuwe kijk op de bloeddorst van de Franse revolutie en Triple agent (2004), een spionagefilm die ons een onverbloemd beeld geeft van de duistere jaren van het Front Populaire en de Spaanse burgeroorlog.
Zijn laatste langspeler, Les amours d’Astrée et Céladon, is een romantische pastorale, gebaseerd op de teksten van Honoré D’Urfé, over het amoureuze leven van de Galliërs in de 5de eeuw, waarmee Rohmer voor eens en altijd zijn voorliefde voor een literaire cinema bevestigde.
Voor het volledige programma van de cyclus 'Eric Rohmer' klikt u hier.
Cine Pocket
Anima
Jeugdfilmfestival
Festival International du Film d'Amour de Mons
Cinema Novo Festival
À films ouverts
Afrika Filmfestival
BIFFF
Brussels Short Film Festival